Afgelopen dinsdag stond KLM-topman Pieter Elbers in de Rode Hoed in Amsterdam. Daarbij deed hij kritiek op luchtverkeer af als ‘irreëel’ en stelde hij dat critici van vliegverkeer ‘buiten de economische realiteit staan.’ Hij stelt dat de ontwikkeling van de economie ‘onlosmakelijk verbonden is met de ontwikkeling van de luchtvaart. We zijn een land van internationale handel, altijd al geweest. Jaarlijks levert die wereldhandel ons 2,3 miljoen voltijdsbanen op en 250 miljard euro inkomsten.’

Zie je wat hier gebeurt? Elbers stelt dat KLM goed is voor de luchtvaart, en dat de luchtvaart goed is voor de economie. Zo probeert hij de opbrengsten van ‘de’ wereldhandel (mede) op het conto van KLM te schrijven. Schematisch ziet dat er zo uit:

KLM ➡️ Nederlandse luchtvaart ➡️ Nederlandse economie

Daar kan je behoorlijk wat op afdingen. Laten we beginnen met dat eerste verband, de mate waarin KLM bijdraagt aan de Nederlandse luchtvaart. Om te begrijpen waarom die bijdrage veel kleiner is dan Elbers je wil doen laten geloven, moet je begrijpen dat KLM een hub-and-spoke-carrier is: het haalt mensen uit heel Europa naar Amsterdam en zet ze dan op een groter vliegtuig naar hun eindbestemming.

Nederlandse reizigers hebben relatief weinig aan een dergelijk model: KLM‘s vliegtuigen zitten voor een groot deel immers vol met buitenlanders. Niettemin zijn de investeringen van (overheidsbedrijf) Schiphol voor een groot deel gericht op het in de watten leggen van KLM. Neem bijvoorbeeld het bagagesysteem. KLM heeft hier het beste van het beste nodig, omdat KLM heel veel transferpassagiers heeft. Al die overstappers moeten hun koffers zo snel mogelijk meekrijgen. En dus investeert Schiphol regelmatig in een state of the art bagagesysteem, de laatste keer werd hier 850 miljoen euro voor vrijgemaakt. Deze kosten worden doorbelast aan álle luchtvaartmaatschappijen, ook degene die veel minder van het systeem gebruik maken. KLM dient hier dus niet de Nederlandse luchtvaart, maar de Nederlandse luchtvaart dient hier KLM.

En dan het tweede verband: de mate waarin de Nederlandse luchtvaart de Nederlandse economie dient. In de eerste plaats slaan de getallen die Elbers hier noemt nergens op. Het totaal aan grensoverschrijdend goederenvervoer bedroeg 1.163 miljoen ton in 2018. De luchtvaart droeg daaraan 2 miljoen ton bij: 0,17 procent.

Natuurlijk kan ook personenvervoer een bijdrage leveren aan de Nederlandse economie: als KLM een Britse toerist naar Amsterdam brengt, die zich in een kroeg op de Wallen volgooit met pints Heineken voor 6 euro per glas, dan is dat goed voor de omzet van die kroeg en goed voor de omzet van Heineken.

Maar uit economisch onderzoek blijkt al langer dat de omgekeerde relatie tussen luchtvaart en economie veel sterker is. De groei van de economie resulteert in een groeiende vraag naar luchtreizen. Tussen ‘de’ luchtvaart en ‘de’ economie lopen vele lijntjes, en uit de optelsom van al die lijntjes blijkt dat de luchtvaart profiteert van een groeiende economie, terwijl de economie veel minder profiteert van een groeiende luchtvaart.

Het schematische overzicht zou dus eigenlijk moeten zijn:

KLM ⬅️ Nederlandse luchtvaart ⬅️ Nederlandse economie

Deze logica wordt in het Nederlandse luchtvaartbeleid nog veel te weinig onderkend. Telkens wordt er vanuit gegaan dat een groeiende luchtvaart essentieel is voor de groei van de Nederlandse economie, zoals ook Elbers doet. Daardoor sneeuwt de vraag onder wat voor soort luchtvaart eigenlijk goed zou zijn voor de economie. Hoe zorgen we ervoor dat het luchtvaartbeleid ten dienste staat van de economie en het welzijn in Nederland, in plaats van andersom?

Deze vragen stellen we bij al het economisch beleid. Ik zie niet waarom de luchtvaart hiervan zou moeten worden uitgezonderd.