Vanochtend heb ik een artikel gepubliceerd: een analyse van de overslag van containers in de Rotterdamse haven, naar aanleiding van de komst van ‘s werelds grootste containerschip naar Rotterdam.

Ik liep al een tijdlang rond met deze ambitie. Toen ik bij Follow the Money begon, schreef ik vrij veel over de overslag van droge bulk (ertsen, kolen) door de contractverlenging van steenkolenoverslagbedrijf EMO.

Later schreef ik ook het nodige over de natte bulk (gas, olie en olieproducten), onder meer over de klimaatresoluties van Follow This bij Shell, de overslag van palmolie in de Rotterdamse haven en de pogingen om plasticfabrikant Ineos binnen te hengelen.

Over containers schreef ik echter nog nooit, terwijl dit een enorm belangrijke handelsstroom is voor Rotterdam. Sterker nog: het is de enige grote handelsstroom waar nog groei in zit (+5,6 procent in 2018).

Al langer wilde ik daarom een poging doen om iets meer van deze wereld te begrijpen. In de komst van het grootste containerschip ter wereld, de MSC Gülsün, zag ik een mooie kans. Waar het Havenbedrijf in zijn nopjes is met de komst van het megaschip, vraag ik me af welke marktmechanismen bijdragen aan de bouw van deze steeds grotere schepen. En is het wel zo’n goed idee dat Rotterdam met andere Europese havens (die vrijwel allemaal in publieke handen zijn) een hevige concurrentieslag uitvecht om deze megaschepen binnen te hengelen? Wat is daarvan de maatschappelijke meerwaarde?

Het resultaat is deze analyse. Ongetwijfeld imperfect; ik heb Jesse Frederik ooit horen zeggen dat hij een onderwerp pas écht goed ging begrijpen nadat hij er twee of drie artikelen over had geschreven. Laat dus van je horen, als je belangrijke aanvullingen hebt.