Afgelopen week stond in de NRC.Next een samenvattende tekst van Rolf Dobelli’s opiniërende artikel ‘Avoid News. Towards a Healthy News Diet.’ In dit artikel raadt Dobelli aan te stoppen met het lezen van nieuws. ‘Go cold turkey!’ roept hij. Nieuwsconsumptie zou slecht zijn voor lichaam, geest en samenleving omdat het onder meer paniekaanvallen veroorzaakt, een vals gevoel van broederschap schept en de belangrijke vraagstukken des levens onbeantwoord laat. Stop er dus mee, aldus Dobelli.
Het artikel staat echter vol met tegenstrijdigheden, verkeerde aannames, ongefundeerde beweringen en zelfs samenzweringstheoretische argumenten. Met andere woorden: er klopt geen bal van. In dit artikel (van maar liefst twee pagina’s, ik hoop dat u het aankunt) zal ik uiteenzetten wat er zoal niet klopt in Dobelli’s artikel.
In de eerste plaats begint Dobelli met de bewering dat ons brein is ingesteld op kleine samenlevingen van rond de honderd bewoners. Op een holbewonerachtig bestaan. Daarvoor levert hij verder geen bewijs, maar wat belangrijker is, is dat we simpelweg niet meer in die samenleving leven. We leven in een samenleving van zestien miljoen mensen (in Nederland, in andere samenlevingen zelfs meer). Kijk eens tijdens een WK voetbal, Koninginnedag of bij de opkomst bij landelijke verkiezingen en je kan niet anders concluderen dat er een gevoel van ‘gedeeld Nederlanderschap’ bestaat.
Die Nederlandse samenleving wordt deels gestructureerd door een parlementaire democratie. Van alle opties (monarchie, dictatuur, aristocratie, anarchie) is dit naar mijn mening de beste. Voor deze democratie is het nodig dat er een instituut bestaat dat voor ons de politici in de gaten houdt. Immers, macht corrumpeert altijd en we kunnen moeilijk iedere vrijdagmiddag met z’n allen naar Den Haag komen om besluiten te nemen of de besluitnemers te controleren. Dat doet de journalistiek voor ons.
Vervolgens beweert de schrijver dat bij bijvoorbeeld een instorting van een brug de focus bij de berichtgeving te veel ligt bij een autobestuurder die daarbij omkwam, en niet op de constructiefout in de brug. Het is echter helemaal niet aan de journalistiek om de constructiefout te onderzoeken, dat is aan architecten en aannemers. Als zij er vervolgens achter komen dat bij de constructie verwijtbare fouten zijn gemaakt door de bouwer, dan pikt het Openbaar Ministerie dat op, en zorgt dat diegene zich voor zijn fouten moet verantwoorden. Laat het OM dit na, dan zal er zeker een journalist op afgaan en hem vragen waarom er niets gebeurt.
De belangrijkste argumenten van de schrijver komen verder steeds op hetzelfde neer: nieuwsconsumptie levert je persoonlijk niets op, journalisten missen de belangrijke ontwikkelingen in de maatschappij, nieuws verstoort de creativiteit en de intelligentie en journalisten leveren valse verklaringen voor wat er in de maatschappij gebeurt.
Om met de eerste te beginnen: ik vind dit een hyperindividualistisch uitgangspunt: als het mij niets oplevert, is het waardeloos. Ik denk dat nieuws de samenleving als geheel heel veel oplevert, zoals ik al zei maakt het een democratie mogelijk. Dat vind ik belangrijk. Daarnaast zegt hij dat nieuws een vals gevoel van compassie met de medemens oplevert. Dat vind ik nogal negatief. Waarom is de compassie die mensen voelen met honger in Afrika of oorlog in Myanmar vals? Wie is hij om te zeggen dat de recordopbrengst die opgehaald werd na de tsunami in Azië het gevolg was van een vals gevoel van compassie? Ik vind het juist iets moois.
Dan de bewering dat journalisten de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de komst van het Internet, missen. Wat wil hij van de journalistiek? Toekomstvoorspellingen? Natuurlijk kan de journalist dat niet, daar is hij ook helemaal niet toe opgeleid. Een journalist is er voor om Internet te benoemen zodra het in de samenleving een belangrijke rol speelt, niet daarvoor. Natuurlijk gaat dit soms fout, zoals bij het niet onderkennen van het mislukken van de multiculturele samenleving, maar het antwoord hierop is volgens mij niet het afschaffen, maar juist het verbeteren van de journalistiek.
Dan zegt hij nog dat nieuws de creativiteit verstoort. Dat geloof ik niet. Ik denk dat creativiteit, en daarmee intelligentie, juist gestimuleerd wordt door de interactie tussen verschillende culturen. De journalistiek vormt hierin een belangrijke schakel. Hij zegt letterlijk: ‘I don’t know a single truly creative mind who is a news junkie.’ Ik wel: Arnon Grunberg, Kader Abdollah, Adriaan van Dis, Youp van ’t Hek, Theo Maassen, Joris Luyendijk, Maurino van de Tentempies, Bob Dylan, de makers van Fokke en Sukke, Nas, Manu.
Tenslotte zijn bewering dat de journalistiek valse verklaringen levert voor bepaalde ontwikkelingen. Ik denk dat dit slechts ten dele waar is: de verklaringen die voor bijvoorbeeld een economische crisis gegeven worden zijn natuurlijk altijd maar een deel van de complete waarheid. Immers: een journalist moet keuzes maken, anders past het niet in de krant. Wel probeert hij daarbij de belangrijkste oorzaken te identificeren. Net als historici overigens, die zo tot de zeven belangrijkste oorzaken van de Franse Revolutie komen. Natuurlijk mag je vraagtekens zetten bij dit soort keuzes, graag zelfs, een kritische blik is nooit weg, maar ik geloof wel in de integriteit van de journalist bij het maken van zijn keuze.
Dit waren overigens nog de meest houtsnijdende argumenten van de schrijver. Veel van de rest was, naar mijn bescheiden mening, bullcrap. Ik bedoel; een zin als ‘My estimate: fewer than 10% of the news stories are original. Less than 1% are truly investigative.’ Of: ‘The fact is, consuming news does not make us more connected to each other.’ Hiervoor wordt totaal geen argumentatie geleverd. We mogen de schrijver op zijn blauwe ogen geloven. Een andere keer bedient hij zich van een typisch geval van een complottheoretisch argument: ‘Corporations, interest groups and other organizations would not expend such huge sums on PR if it didn’t work.’ Oftewel: ‘Waarom zou er anders zoveel geld worden uitgegeven? Als jij het niet weet, heb ik gelijk.’
Kortom, ik ben het niet bepaald eens met de stelling die de schrijver in dit artikel poneert. Ik denk dat zijn mening wordt ingeven door ontevredenheid, hyperindividualisme en een zeer beperkte opvatting van begrippen als samenleving, creativiteit en intelligentie. Dat mag natuurlijk, maar het is een visie op de samenleving en het leven die ik niet deel, en ook niet wil delen.
Één belangrijk punt wordt overigens in dit artikel wel aangestipt. De journalistiek is namelijk niet dé waarheid. Dat pretendeert het ook helemaal niet te zijn, maar zo wordt het door te veel mensen denk ik wel opgevat. Journalistieke producten helpen denk ik de wereld beter te begrijpen. Net als kunst, wetenschap, religie en filosofie. Journalistiek moet als aanvulling op dit alles worden gezien, niet als vervanging. Maar dat is een heel andere discussie.