8454777795_1f0f99fe04_zDe Fairphone, ’s werelds eerste ecologisch verantwoorde, fairtrade smartphone, gaat vanaf komende maandag in de voorverkoop. Oprichter van het Nederlands-Britse bedrijf Bas van Abel hoopt de komende weken minimaal vijfduizend telefoons voor 325 euro per stuk te verkopen, om met de productie van start te kunnen. Vlak voordat hij naar China vliegt om de onderhandelingen met de producent van de Fairphone af te ronden, sprak De Nieuwe Pers met hem.

325 euro vragen voor een telefoon die nog niet bestaat. Dat is een aparte marketing strategie.
“Dat klopt. Je moet het ook eigenlijk zien als een soort crowdfundingsactie. Het geld is bedoeld om de productie van de Fairphone mogelijk te maken. Mensen die hem kopen krijgen hem dan ook pas in oktober.”

Waarom hebben jullie voor dit model gekozen?
“Omdat wij onze onafhankelijkheid willen waarborgen. We hebben al verschillende partijen over de vloer gehad die in ons wilden investeren, maar die hebben we de deur gewezen. Wij vinden dat we niet een radicaal andere telefoon kunnen maken, en tegelijk onderdeel kunnen zijn van een elektronicagigant.

Gelukkig hebben we de afgelopen tweeënhalf jaar een grote achterban opgebouwd. Inmiddels hebben al meer dan twaalfduizend mensen aangegeven dat ze een bericht willen krijgen als de Fairphone eraan komt. Dat moment is nu. Ik ga er dan ook van uit dat we die eerste twaalfduizend telefoons makkelijk gaan verkopen.”

Maar krijgen die mensen dan wel waar voor hun geld? 325 euro is toch een boel geld voor een ecologisch hebbedingetje.
“Jazeker! Sterker nog: ik kan nu wel vast verklappen dat de Fairphone in oktober op technisch vlak kan concurreren met alle andere smartphones uit zijn prijsklasse.”

Hoe kan dat nou? De hogere investeringen in duurzamer grondstoffen en betere arbeidsomstandigheden maken de Fairphone toch duurder dan zijn concurrenten?
“Dat valt wel mee. Ik ga nu bijvoorbeeld naar China om te onderhandelen met de producent. Zij hebben een openingsbod gedaan en als ik daarover nu scherp zou gaan onderhandelen krijg ik misschien twee of drie euro van de productiekosten per telefoon af. Maar dat ga ik dus niet doen. Ik ga ze aanbieden dat openingsbedrag gewoon te betalen, maar dan heb ik wel een hele waslijst met eisen over hun arbeidsomstandigheden en wil ik dat ze transparant zijn over hun productieketens en toeleveranciers.

Voor onze Congolese toeleveranciers van bijvoorbeeld tin geldt hetzelfde. We hebben veel moeite gedaan om conflictvrije handelsrelaties op te bouwen en leveranciers te vinden die hun mijnwerkers eerlijk behandelen. Maar onze tin is per Fairphone is nog steeds slechts 0,10 of 0,20 cent duurder dan die in andere smartphones. De consumentenprijs heeft dus niet zo veel te lijden onder de eerlijker arbeidsomstandigheden en duurzamer materialen. “

Maar als dat zo weinig kost, waarom kiezen andere fabrikanten hier dan ook niet voor?
“Omdat zij winstmaximalisatie als centrale doelstelling hebben! Wij niet, wij hebben sociale waarden centraal staan in onze onderneming. Ik vind dat ware innovatie pas plaatsvindt als sociale en technologische ontwikkelingen samenvallen. Geld moet ook verdiend worden, maar alleen om deze sociaal-technologische ontwikkeling te stimuleren. Bij ‘normale bedrijven’ is de technologische ontwikkeling juist ondergeschikt gemaakt aan de financiële.

Daarnaast leven we in een wereld van volumes. Wij maken slechts een paar duizend Fairphones en hebben geen aandeelhouders, dus een meerprijs van een paar dubbeltjes voor je tin maakt dan niet zoveel uit. Maar als je tientallen miljoenen telefoons maakt is dat een ander verhaal.
Verder hebben wij weinig overheadkosten. Omdat wij de eerste duurzame smartphone proberen te produceren, krijgen we veel gratis publiciteit. We geven daarom geen geld uit aan marketing. Tenslotte bestaat ons bedrijf uit slechts zeven personen, dus die kosten vallen ook wel mee.”

Waarom is die sociaal-technologische innovatie volgens jou zo van belang?
Volgens mij is het grootste probleem van deze tijd dat we vervreemd zijn geraakt van onze eigen systemen. Mensen zijn bijvoorbeeld boos op het financiële systeem, maar protestacties daartegen lijken vrij zinloos omdat jouw geld via jouw pensioenfonds gewoon in dezelfde banken wordt geïnvesteerd. De systemen waartegen we vechten zijn veel te abstract geworden. Multinationals zijn niets meer, en tegelijk zijn ze alles.

Ondertussen zie ik veel technologische ontwikkeling waarbij ik me afvraag: ‘Wat is waarde?’ Het lijken vaak oplossingen voor niet bestaande problemen, terwijl er in de wereld nog zoveel te verbeteren valt.

Ik vind daarom dat echt waardevolle innovatie pas plaatsvind wanneer technologische en sociale ontwikkelingen samenvallen. Echt waardevolle innovatie herstelt de vertrouwensrelatie tussen de mensen en hun systemen. Met de Fairphone proberen wij daar onze bijdrage aan te leveren.”

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with:
 

PixDuizenden politieagenten gingen van deur naar deur, honderden sluipschutters lagen op de daken, tientallen mediahelikopters legden de jacht op de verdachte van de aanslagen tijdens de marathon van Boston minutieus vast. Ruim 24 uur lang beheerste deze groots opgezettemanhunt de internationale media, voor al het andere nieuws was slechts ruimte in de ticker – de nieuwsflitsenbalk onderaan het televisiescherm. Terwijl de verdachte van de bomaanslag langzaam wordt ingesloten verschijnt in die ticker heel eventjes het volgende bericht: “Coffee shop bomb kills 27 people in Iraq.”

Natuurlijk is het flauw om ‘Boston’ in het licht van Iraakse aanslagen te relativeren. De marathonaanslagen wekken juist de aandacht omdat Amerika geen land in een (bijna-)burgeroorlog is, de laatste keer dat een grote aanslag op Amerikaanse bodem plaatsvond leverde dat de wereld twee oorlogen op en de jacht op de twee verdachten was één van de meest mediagenieke gebeurtenissen van de afgelopen jaren. Daarnaast hebben de nabestaanden en slachtoffers van de ‘Boston bombings’ weinig aan de wetenschap dat aan de andere kant van de wereld mensen bij een soortgelijke aanslag het leven lieten.

Wanneer je de twee aanslagen echter in grotere context zet is er wel degelijk een interessant verhaal te vertellen. Zo brengt onderzoeksbureau Vision of Humanity ieder jaar de Global Terrorism Index uit, waarin de impact van terreur op de samenleving in 158 landen wordt weergegeven. Daaruit blijkt dat terreur nergens ter wereld zoveel voorkomt als in Irak. Sinds de Amerikaans-Britse inval in maart 2003 is het terreurgeweld daar geëxplodeerd. In 2002 werden nog slechts zes aanslagen gepleegd, in 2011 waren dat er 1228. Van alle terreurslachtoffers die tussen 2002 en 2011 wereldwijd vielen was een derde Irakees. In 2002 stond het land nog op een 28e plaats op de GTI-lijst, sinds 2004 voert het de lijst aan.

Ondertussen is Noord-Amerika de meest terreurluwe regio ter wereld. Zelfs in West-Europa heb je negentien keer meer kans om het slachtoffer te worden van terrorisme dan in Noord-Amerika. In 2002 voerde Amerika de GTI-lijst juist aan, vanwege de aanslagen op het World Trade Center een jaar eerder. Sindsdien nam de impact van terreur op de Amerikaanse samenleving steeds af, waardoor het land nu op de 41eplaats staat. Hoewel de spectaculaire manhunt anders deed vermoeden, is Amerika dus één van de veiligste landen ter wereld.

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with:
 

Wil Nederland een monarchie?

On 04/25/2013, in Achtergrondartikel, by tiesjoosten
0

3456465258_740bc2c770_z“Nederland heeft meer vertrouwen in de monarchie dan in de politiek”, kopte Trouwafgelopen week. Slechts twaalf procent van de bevolking zou vertrouwen hebben in de politiek. Dit percentage staat volgens het dagblad in schril contrast met het vertrouwen dat Willem-Alexander (67 procent van de bevolking vertrouwt hem), Maxima (68 procent) en Beatrix (73 procent) genieten. Wil Nederland dan echt terug naar de absolute monarchie?

Uit het onderzoek van Motivaction onder 1254 respondenten blijkt dat de soep een stuk minder heet gegeten wordt dan die door Trouw wordt opgediend. Net als Willem-Alexander zelf telkens in interviews aangeeft ziet Nederland voor de koning vooral een samenbindende, vertegenwoordigende en aanmoedigende rol. Zo blijkt dat de meest populaire koninklijke taak het ‘uiting geven van betrokkenheid en medeleven bij nationale rampen’ is. 83 procent van de ondervraagden staat hier positief tegenover. Op nummer twee staat ‘kransen leggen op de Dam bij de Nationale Dodenherdenking’ ( 81 procent). Op drie staat: ‘het ontvangen van staatshoofden en regeringsleiders van andere landen’ (76 procent). De minst geliefde potentieel koninklijke taak is het ‘benoemen van ministers’ (42 procent). Alleen hieruit spreekt dus al een heel duidelijke voorkeur van de Nederlander voor een in ieder geval grotendeels ceremonieel koningschap.

Ook uit andere onderzoeken blijkt dat de parlementaire democratie in Nederland geenszins onder druk staat. Uit de European Values Study (2011)van de Tilburg University blijkt bijvoorbeeld dat een overgrote meerderheid van de Nederlanders (80 tot 90 procent) het redelijk tot zeer goed vindt dat ons land een democratisch systeem heeft. Ook blijkt telkens uit onderzoeken dat het vertrouwen van Nederlanders in democratische instituten als de onafhankelijke rechtspraak en de vakbonden redelijk hoog is.

Waarom ligt het vertrouwen in de politiek dan toch zo laag? Dit heeft te maken met het brede scala aan interpretaties dat men van ‘de politiek’ heeft. De Nijmeegse hoogleraar Politieke Geschiedenis Remieg Aerts gaf al eens aan welke associaties ‘de politiek’ zoal oproept: “‘de politiek’ [duidt] gewoonlijk het parlement en de regering aan, (…) maar ook wel de volksvertegenwoordigers, ministers en andere bestuurders als personen. Soms staat ‘de politiek’ voor het hele apparaat van ‘de overheid’, op andere momenten voor het politiek bestel, de parlementaire democratie. (…) En er is het politieke spel zelf, met zijn bühne en zijn achterkamertjes, zijn plechtige principes en tactische manoeuvres, zijn procedureel ritueel en zijn verschuivende panelen.”

‘De politiek’ is dus veel meer dan het democratische proces. En precies datgene waar dat ‘meer’ uit bestaat wordt als negatief ervaren. Mensen hebben het idee dat er zoiets bestaat als ‘de wil van het volk’ – en de politiek staat daar tegenover. Politicologen duiden dit aan met de term ‘false consensus’: het idee dat jouw normen, waarden en overtuigingen algemeen gedeeld worden. ‘We’ zijn het er wel over eens wat er moet gebeuren, maar ‘ze’ doen dat niet. Hierdoor bestaat het beeld van een politieke kaste die tussen de wil van het volk en het uitvoeren van de macht instaat. Precies: de Haagse kaasstolp.

De vergelijking die Trouw in het artikel tussen politiek en monarchie maakt is dus echt een appels-en-peren-vergelijking. De ondervraagden zijn zich immers zeer wel bewust van de verschillende taken die ‘de politiek’ en de monarchie hebben. Willem-Alexander wordt vertrouwd als toekomstig ceremonieel lintjesdoorknipper, meer niet.

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with:
 

To:@JohnEwbankNL

On 04/22/2013, in Nieuwsbericht, by tiesjoosten
0

ANP-230061771-568x358Tip: voer in de zoekbalk op Twitter eens de opdracht ‘to:@JohnEwbankNL’ in en zie wat er gebeurt als een componist een liedje maakt dat veel mensen niet zo leuk vinden. Zo klimt één iemand onder de naam@SpacCabbie in de Twitterpen klimt en schrijft (taalfouten zijn van hem/haar): “je moet jezelf gewoon voor je kop shieten achterlijke gek.” Volgens@ACensuur is “de hoogste boom nog te goed voor je”. En @Wimklerprins schrijft: “je denkt zeker dat je met 15 miljoen Mongolen te maken hebt.”

Overigens hebben ook veel mensen de moeite genomen om de componist te laten weten dat ze het liedje wel leuk vinden. Een aantal van hen laat zich dan ook niet onbetuigd als een columniste een online petitie start tegen het liedje. Voor @SBlijveld is dat bijvoorbeeld aanleiding om te schrijven “rot Op takkewijf ga iemand anders lastig vallen”. En volgens @JTammerijn is de columniste “geestelijk al dood.”

Naar aanleiding van alle kritiek trekt de componist zijn liedje terug, omdat hij inmiddels “de zoveelste nageboorte op mijn twitter account” geblockt heeft en daar “he-le-maal klaar mee” is. Vervolgens trekt ook de ‘heraut’ van het liedje zijn medewerking in. “Je moet echt drie keer nadenken voordat je iets op social media plaats”, zegt hij.

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with:
 

De aanval op goud (3)

On 04/18/2013, in Achtergrondartikel, by tiesjoosten
0

Op het permablog van De Nieuwe Pers publiceerde ik een drieluik over de aanval op de goudkoers. Dit is het derde deel. 

5187445978_b3177cc353_z-200x300Je kan natuurlijk al vraagtekens zetten bij een Fed die de vrije markt van de wereldwijde goudhandel manipuleert. Maar er is meer aan de hand. Het in de markt gezette goud wisselt namelijk niet fysiek van eigenaar, maar alleen op papier. Op zichzelf is dit niet zo vreemd: al jarenlang vindt grofweg negentig procent van de goudhandel enkel op papier plaats. Feitelijk zijn de papieren en de fysieke goudhandel daarom ook twee aparte markten geworden. Bij verschillende papieren goudproducten is het zelfs onmogelijk om de waarde van je belegging in fysiek goud te laten uitkeren.

De vraag is nu of de enorme hoeveelheden goud die de afgelopen dagen op papier in de markt zijn gezet fysiek überhaupt bestaan. Al langer bestaat namelijk het vermoeden dat de Fed veel meer goud op papier uitgeeft dan het zelf in de kluis heeft liggen. Afgelopen jaar wilde de Duitse regering onder publieke druk bijvoorbeeld zijn goud dat in Amerika ligt opgeslagen terug hebben. Opzienbarend was daarbij dat de Amerikanen het goud niet meteen konden teruggeven, terwijl het om ‘maar’ 300 ton gaat – ongeveer de helft van de (papieren) hoeveelheid die alleen afgelopen vrijdag al in de markt werd gezet. Sterker nog: onze oosterburen moeten nog zeven jaar wachten voordat ze alles terug hebben! Nederland heeft op zit moment overigens ook rond de 300 ton goud in Amerikaanse kluizen liggen. Althans, dat hopen we.

Daarom willen steeds meer beleggers het door hen aangekochte goud ook daadwerkelijk fysiek in bezit krijgen. De Scotiabank spreekt bijvoorbeeld van een “very, very strong physical dimand” vanuit Azië. Daar wordt de lage goudprijs aangewend om enorme dollarvoorraden om te zetten in fysiek goud. Ook verklaart dit de al eerder beschreven run op fysiek goud en zilver bij Amsterdam Gold. Paul Craig Roberts schrijft dan ook: “Listening to the media and to academic economists (…) you would think no one any longer wants gold and silver. But try getting your hands on some.”

De vraag is nu dan ook of de aanval op de goudprijs niet als een boemerang op de (centrale) bank(en) die hem hebben ingezet terugkomt. Op dit moment lijkt de lage goudprijs namelijk niet te zorgen voor een uitstroom van dollars uit de wereldeconomie, maar juist voor een instroom. Daarnaast is niet alleen het vertrouwen in de dollar als veilige belegging in het geding, maar ook het vertrouwen in waardepapier met goud als onderpand. Of de Fed nu achter de aanval zit of niet, deze gevolgen zou de centrale bank wel eens heel veel hoofdpijn kunnen gaan bezorgen.

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with:
 

De aanval op goud (2)

On 04/18/2013, in Achtergrondartikel, by tiesjoosten
0

Op het permablog van De Nieuwe Pers publiceerde ik een drieluik over de aanval op de goudkoers. Dit is het tweede deel. 

5792635506_697faa416d_z-300x168Wie zijn nu deze grote spelers? Anders dan voor een simpele journalist van De Nieuwe Pers moet dit voor de Amerikaanse toezichthouder op de handel in edelmetaal CFTC eenvoudig te controleren zijn. Eén belletje naar de tussenhandelaren via wie alleen afgelopen vrijdag al 374.000 futurecontracten (samen goed voor ruim 1,1 miljoen kilo goud) werden aangeboden, vragen wie er aan de andere kant van die contracten staat, en klaar is kees. Maar niets van dit. Je zou verwachten dat de toezichthouder op zijn minst enige belangstelling zou tonen voor de grootste daling van de goudprijs sinds de jaren ’80, maar de CFTC rept er op zijn website met geen woord over. Ook op Twitter is de toezichthouder als sinds afgelopen vrijdag stil.

Zolang de CFTC het moordwapen dus weigert te bekijken, zit er voor dit journalistieke rechercheonderzoek niet veel anders op dan de volgende vragen te stellen: wie had er gelegenheid? En wie heeft er motief? Die eerste vraag kadert het aantal mogelijke verdachten al behoorlijk in. Volgens Middelkoop kan slechts een handjevol spelers het zich veroorloven zulke grote hoeveelheden goud en zilver in de markt te zetten: alleen een paar grote (centrale) banken. Paul Craig Roberts gaat er in zijn artikel zoals gezegd zelfs van uit dat er maar één speler is die dit kan: de Fed.

Dan de vraag wie er motief heeft bij een dergelijke negatieve koersmanipulatie. Eigenlijk is er op die vraag maar één antwoord mogelijk: de Amerikaanse centrale bank. Sinds het uitbreken van de kapitaalcrisis is de geldpers namelijk vol open gezet. Al bijna drie jaar, en naar verwachting nog tot minimaal 2014, heeft de Fed de belangrijkste rentestanden namelijk rond de nul procent staan. Hierdoor worden grote hoeveelheden dollars de economie ingepompt, waar geen reële economische groei tegenover staat. Normaal gesproken zou de inflatie hierdoor de pan uitgieren. Dat is ook precies de reden dat de Europese Centrale Bank terughoudender is met deze maatregel. De dollar is echter de smeerolie van de wereldeconomie en geldt vaak nog als redelijk veilige belegging. Deze positie van de Amerikaanse munt dempt de inflatiegevolgen van het aanzetten van de dollarpers, waardoor de Fed grote banken kan blijven steunen.

Als goud en zilver echter flink in waarde stijgen is dat schadelijk voor de dollar. Sowieso wordt de Amerikaanse munt uitgedrukt in edelmetaal minder waard – wat een vorm van inflatie is. Maar ook is het een teken dat goud (nog) meer als veiliger belegging wordt gezien dan de dollar. Het gevolg: beleggers, bedrijven en andere landen gaan goud kopen in plaats van dollars, waardoor het aantal dollars op de wereldmarkt stijgt, de wisselkoersen dalen, de importkosten voor Amerikaanse burgers en bedrijven stijgen, de inflatie toeneemt en de Amerikaanse economie uiteindelijk stagneert.

Daarom moest en zou het vertrouwen in edelmetaal als waardevaste belegging een knauw krijgen. Dus werd de aanval op de goud- en zilverkoers ingezet. Volgens Middelkoop is het een terugkerend patroon dat telkens na een grote financiële crisis de edelmetalen worden aangevallen om beleggers toch vooral het signaal te geven hierin niet een veilige belegging te zoeken. “Je zag het gebeuren na de val van Lehman Brothers, nadat Zwitserland zijn franken koppelde aan de euro, en nu weer na de Cyprus-crisis.”

Onder beurshandelaren was al langer bekend dat relatief veel beleggers in goud een stop-loss grens van rond de 1520 dollar hadden ingesteld. Dit betekent dat veel beleggers om hun eigen verlies te beperken hun goud automatisch zouden gaan verkopen als de prijs beneden dit niveau zou zakken. Als de koersaanval de goudprijs dus beneden de 1520 dollar zou krijgen, zou er automatisch nog meer goud op de markt komen, zouden de koersen verder dalen en zouden beleggers nog paniekeriger reageren. Precies dit gebeurde dan ook afgelopen week. Vervolgens doken de media er bovenop, waarna de hele wereld hoorde dat beleggen in goud verliesgevend geworden was. Mission accomplished.

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with:
 

De aanval op goud (1)

On 04/18/2013, in Achtergrondartikel, by tiesjoosten
0

Op het permablog van De Nieuwe Pers publiceerde ik een drieluik over de aanval op de goudkoers. Dit is het eerste deel. 

John Luis

Iedere middelbare scholier met economie in het pakket weet dat in turbulente economische tijden als deze beleggingen in edelmetaal populair worden. Toch dalen de goud- en zilverkoersen nu al maandenlang, met de scherpe goudkoersdaling van afgelopen vrijdag van acht procent naar 1356 dollar per troy ounce (31,1 gram) als voorlopig dieptepunt. Aan het begin van dit jaar was een troy ounce nog 1675 dollar waard. Een tegenvallende economische groei in China wordt als oorzaak genoemd (dalende vraag naar goud), net als de Cypriotische verplichting om een deel van de goudvoorraad te verkopen om cash te verkrijgen (stijgend aanbod van goud). Maar volgens sommige analisten is er meer aan de hand. De Fed, de Amerikaanse centrale bank, zou de goudkoers actief en negatief beïnvloeden.

Deze beschuldiging komt niet van de minste. In deze column geeft Paul Craig Roberts, voormalig onderminister van Financiën in Amerika, aan dat hij er van uitgaat dat de Fed afgelopen vrijdag 500 ton goud, ter waarde van bijna 25 miljard dollar, in de markt heeft gezet. De dalende goudkoersen die hiervan het gevolg waren leverde de verkoper een verlies op van 1,17 miljard dollar. Volgens Roberts is er niemand ter wereld die het zich kan veroorloven zo’n immense hoeveelheid goud in één keer in de markt te zetten en daarop zo’n enorm verlies te nemen. Behalve de Amerikaanse centrale bank.

Duidelijk is dat de enorme koersdaling van de goudprijs is veroorzaakt door een extreem hoog aanbod van goud. De afgelopen dagen is zelfs meer goud aangeboden dan alle goudmijnen wereldwijd in een jaar kunnen produceren. Volgens Nederlands meest bekende goudanalist Willem Middelkoop, die momenteel op een goudconferentie in Zürich is, lijdt het dan ook geen twijfel dat grote spelers de goudkoers onder druk proberen te zetten. “Niemand hier denkt dat het een normale koersbeweging betreft”, zegt hij over de telefoon.

Een derde aanwijzing dat een klein aantal grote spelers de goudprijs bewust onder druk probeert te zetten wordt gegeven door de verhouding tussen kopers en verkopers. Volgens Luc van Hecke, directeur van de marktleider van de Benelux in fysieke edelmetaalhandel Amsterdam Gold, is deze verhouding bij zijn bedrijf de laatste dagen 9:1. Door deze gigantische belangstelling nemen de wachttijden voor levering van fysiek goud en zilver, en zelfs de leveringskosten, de laatste dagen toe. Bij Amsterdam Gold is de Silver Eagle-munt, een zilveren munt geslagen door US Mint, door de grote belangstelling zelfs niet meer te bestellen. Aan de andere kant van de oceaan klinken soortgelijke geluiden. De Canadese Scotiabank, één van de grootste Noord-Amerikaanse spelers op de edelmetaalmarkt, meldt bijvoorbeeld dat mensen maandag urenlang in de rij stonden om fysiek goud en zilver te kopen. Als er zoveel meer kopers dan verkopers zijn kan het dus welhaast niet anders of het kleine aantal verkopers biedt gigantische hoeveelheden edelmetaal aan.

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with:
 

2197834458_567c11bfe7_z-300x200“Ik ben van 1954, en dan kan je met gerust hart zeggen dat je de Tweede Wereldoorlog hebt meegemaakt”, grapte Youp van ’t Hek ooit in de veilige jaren ’90. “Als ik namelijk ook maar zo’n klein stukje brood op mijn bord liet liggen, zei mijn moeder al: ‘weet jij…’” Youp maakt zijn zin niet af, Carré begint toch al te lachen. De babyboomers in de zaal hebben namelijk net als Van ’t Hek de bloembollen-verzetsverhalen van hun ouders al honderden keren gehoord. Ook zij konden geen hap eten laten liggen zonder de hongerwinter om hun oren te krijgen. Meer dan vijftig jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog waren twee woorden van Van ’t Hek genoeg om hen daaraan te herinneren, en in lachen te doen uitbarsten.

Niet alleen in het cabaret was de Tweede Wereldoorlog tot ver in de jaren ’90 relevant. Het hele publieke debat hing onder een moraal van drie woorden: ‘dat nooit meer.’  Met ‘dat’ werd niet zomaar de oorlog, maar veel specifieker: de Holocaust (of nog specifieker: Auschwitz) bedoeld. De gaskamer was ons morele kompas, en hoe verder je daar ideologisch van afstond hoe beter het was. Rechts was verdacht, extreemrechts gevaarlijk. Fascisme verwerd van een specifieke aanduiding voor een politieke stroming tot een algemene maatschappelijke diskwalificatie. De Vietnamoorlog was een fascistische oorlog, ongeëmancipeerde mannen en vrouwen waren eigenlijk fascisten, en ook de politieagenten die ingrepen bij de krakersrellen waren ‘fasjisties’. Natuurlijk hadden we in Nederland met Janmaat en de weduwe Rost van Tonningen onze extreemrechtse representanten, maar behalve door een stel kale koppen met kisten en bomberjacks (zo was de beeldvorming toen) werden zij door niemand serieus genomen.

Op basis van de ‘dit nooit weer’-moraal hief Nederland jarenlang de moralistische vinger richting het buitenland. Een mooi voorbeeld hiervan is de ‘Ik ben woedend’- actie van 1993. In de Duitse stad Solingen kwamen toen vijf Turkse vrouwen (waarvan drie kinderen) om nadat rechtsextremistische jongeren het huis waarin ze woonden in brand hadden gestoken. In Nederland werd hierop geschokt gereageerd en op initiatief van radioprogramma kwam een protestactie op gang. Meer dan 1,2 miljoen Nederlanders stuurden een voorgedrukte prentbriefkaart naar bondskanselier Helmut Kohl met de tekst: “Ik ben woedend. Vijf onschuldige vrouwen en meisjes zijn levend verbrand, alleen maar omdat ze buitenlander zijn. Via deze briefkaart wil ik laten weten dat ik verbijsterd ben.” Veel Duitsers namen aanstoot aan de actie: de suggestie werd immers gewekt dat de Duitse regering de terroristische daad goed-, of in ieder geval niet voldoende afkeurde. Daarnaast bleven in de Nederlandse media de massale Duitse protesten tegen de terreurdaad grotendeels onvermeld.

Maar ook in Nederland zelf was het publieke debat tot diep in de jaren ’90 opgehangen aan de ‘dat nooit weer’-moraal. Toen de Turkse kleermaker Zekeriya Gümüş in 1997 uit Nederland dreigde te worden uitgezet werd een massale campagne opgezet om hem te laten blijven. De vergelijking met de Tweede Wereldoorlog werd daarbij niet geschuwd. In deze spotprent zijn een aantal verantwoordelijke politici bijvoorbeeld afgebeeld in zwarte legeruniformen – een duidelijke verwijzing naar de NSB en de SS. Opvallend is hoe breed het verzet tegen de uitzetting van Gümüş en zijn familie gedragen werd. Zelfs de rechtse Telegraaf vond dat ze mochten blijven: “De familie Gümüş is het slachtoffer van het geharrewar tussen de Tweede Kamer en staatssecretaris Schmitz.”

Ondertussen maakten de Nederlandse arbeiderswijken een gedaanteverwisseling door. Kansrijke autochtonen zochten hun heil ergens anders, de kansarme achterblijvers zagen de leeggekomen huizen gevuld worden met al even kansarme allochtonen. De sociale samenhang verdween in sommige buurten volkomen. Deze integratieproblemen en het mislukken van het multiculturele ideaal bleven door de politieke en culturele elites echter onbenoemd. De afkomst en (culturele) achtergrond van mensen deed er immers niet toe; wie daaraan twijfelde was een fascist. De sluimerende ontevredenheid van veel mensen kwam zo almaar niet aan de oppervlakte.

Het Lagerhuis-debat

Totdat Pim Fortuyn zijn opwachting maakte. In één ruk trok hij de deksel van het publieke debat en kwam zo in een frontale botsing met de ‘dat nooit meer’-moraal. Nergens is dat meer zichtbaar dan in dit in Nederland wereldberoemde Lagerhuisdebat tussen Marcel van Dam en Pim Fortuyn uit 1997. Van Dam – PvdA, Nieuw Links, VARA, de Volkskrant en archetype van de linkse, politiekcorrectie ‘dat nooit weer’-moraal – en Fortuyn vechten elkaar welhaast de tent uit. Nazileider Adolf Eichmann en de NSB vliegen over tafel, waarna Van Dam Fortuyn de opmerking “u bent een bijzonder minderwaardig mens, weet u dat?” toevoegt.

De rest is natuurlijk geschiedenis. Fortuyn zorgde voor een politieke aardverschuiving door eerst in Rotterdam, en na zijn dood in heel Nederland de verkiezingen te winnen. Tot de financiële crises uitbraken stond de integratieproblematiek in het centrum van het publieke debat, politieke correctheid is een scheldwoord geworden. Mauro moest van De Telegraaf gewoon terug naar Angola. In het buitenland werd de Nederlandse moralistische vinger gebroken. Ondemocratische grondwetwijzigingen in Hongarije, anti-homowetgeving in Rusland, de opkomst van fascistische partijen in Griekenland? Nederland houdt zijn mond. De koopman is nu belangrijker: ons leger, de diplomatie en zelfs ontwikkelingssamenwerking staan in het teken van onze buitenlandse handel. De ‘dat nooit weer’-moraal is verdwenen. Pim Fortuyn heeft de Tweede Wereldoorlog definitief geschiedenis gemaakt.

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Handlanger der bankrovers

On 03/29/2013, in Opinie, by tiesjoosten
0

7862855188_b93525e4a4_z-300x168Pssst…! Nederland is een belastingparadijs. Maar dat mag je van de PVV niet zeggen. De partij die, ‘kopvoddentaks’, ‘polder-taliban’ en ‘straatterroristen’ de Tweede Kamer in smokkelde vindt dat ‘belastingparadijs’ niet in het epicentrum van het publieke debat thuishoort. Dat is namelijk kwetsend. En kwetsen, daar houden ze bij de PVV niet van.

Het is evenwel niet de bedoeling het hier over de kolderieke hersenspinsels van de PVV te hebben, die kennen we immers zo langzamerhand wel. Het punt is juist dat de motie waarin de PVV opriep af te zien van het woord ‘belastingparadijs’ door een ruime meerderheid in de Tweede Kamer werd aangenomen. Naast de PVV stemden VVD, PvdA, CDA, D66, SGP en 50plus voor deze motie. En dat is natuurlijk niet minder dan belachelijk.

Ook staatssecretaris Weeker (Financiën) vond het een goede motie: Nederlanders die het woord ‘belastingparadijs’ bezigen zijn wat hem betreft ‘nestbevuilers’. Met andere woorden: landverraders. (Om een Godwin te voorkomen houdt deze alinea hier op).

Als reden waarom Nederland geen belastingparadijs genoemd mag worden geven onze volksvertegenwoordigers de meest nauwe definitie van het woord: ‘Een land waar niet of nauwelijks belasting wordt betaald.’ Vervolgens wijzen ze op het toptarief van 52 procent bij de inkomstenbelasting en ongeveer 20 procent bij de vennootschapsbelasting en zeggen: ‘Zie je wel: in Nederland betalen we wel belasting.’ Dat brievenbusmultinationals in Nederland zo’n beetje zelf mogen bepalen over welk gedeelte van de winst ze belasting betalen en zo op een effectief percentage van 1,3 procent (Apple) uitkomen wordt gemakshalve achterwege gelaten.

Een twaalf met twaalf nullen. Zoveel euro’s laten multinationals jaarlijks door Nederland stromen om op één of andere manier minder belastingen te betalen. Dat is grofweg twintig maal zoveel als we zelf jaarlijks bij elkaar werken. In 2009 noemde president Barack Obama ons daarom al eens een belastingparadijs en ook toen voelde Nederland zich op zijn nationalistische pik getrapt. Want we creëren weliswaar voor multinationals paradijselijke omstandigheden om belasting te ontwijken, maar dat maakt ons nog geen belastingparadijs. We lijken wel een geblondeerde burgertrut die zichzelf krampachtig ‘elfendertig’ blijft noemen.

Maar goed, in de Tweede Kamer mag het beestje dus niet meer bij de naam worden genoemd. Maar het probleem moet natuurlijk wel besproken kunnen worden, daar moeten onze parlementaire voorvechters van het vrije woord het toch mee eens zijn? Op zoek naar een alternatief laten we dan maar Alvin Mosioma, directeur vanTax Justice Network Africa aan het woord: “Nederland gedraagt zich als de chauffeur bij een bankoverval die zegt: ‘nee, ik ben niet de bankrover.” Nederland; geen belastingparadijs dus, maar handlanger der bankrovers. Zo beter?

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with:
 

146188759_df08b0dd66_z-300x200Het is inmiddels woensdag, elf dagen nadat de Cypriotische hogedrukpan haar kookpunt bereikte, en nog altijd kunnen de eilanders niet bij hun geld. Rekeninghouders van de twee grootse banken van het land kunnen nog altijd maar maximaal 100 euro per dag van hun spaartegoed opnemen en ze weten inmiddels dat ze hun centen boven de honderdduizend euro zullen gaan verliezen. Leest of bekijkt u de reportages maar over de gevolgen die dit heeft voor de jonge ondernemers die aan het sparen waren voor een eigen zaak, voor de bijna-pensionado’s die na jarenlang werken van een leven in de zon wilden gaan genieten, voor de jonge ouders die een huis wilden gaan kopen.

Maar ja, het kon niet anders toch? De banken moesten gesloten om een bankrun en een faillissement van Cyprus te voorkomen. En door het afpakken van alle spaargelden boven een ton zouden vooral Russische zwart geld-oligarchen getroffen worden, toch?

FOUT!!! Terwijl de gewone Cyprioten iedere dag keurig in de rij aansloten om hun meijertje zakgeld op te nemen, bleven filialen van de Bank of Cyprus en de Laiki Bank in Londen gewoon open. Zonder opnamerestricties. Terwijl de gewone Cyprioot dacht dat iedereen in hetzelfde schuitje zat, hieven de Russische oligarchen de afgelopen dagen via Londen hun Cypriotische bankrekening op. Hoeveel geld er inmiddels van de twee banken is verdwenen is nog niet duidelijk, maar zeker is dat het om miljoenen euro’s gaat. De Cypriotische overheid heeft inmiddels gezegd een ‘diepgravend onderzoek’ te gaan instellen, maar ja, die centjes zijn natuurlijk al ruimschoots verdwenen. En zo is het niet de grote boze Russische don Corleone die het slachtoffer wordt van de Cypriotische ‘redding’, maar de gewone, spaarzame Cyprioot. #Goh

Dit artikel verscheen eerder op het permablog van De Nieuwe Pers.

Tagged with: