Achter de etalage van een ecowinkel in Sevilla hangt een poster waarop een naakte man op handen en knieën de camera in kijkt. In zijn rug steken drie puntillo’s, de vlijmscherpe dolken die ook bij het stierenvechten gebruikt worden. Het bloed uit zijn wonden stroomt over zijn rug en nek. ‘BULLFIGHTS ARE MURDER’, staat in grote zwarte letters onder de foto.

Iets verderop hangt een reclameposter van een slijterij. Als je nu een fles Caiprinha koopt krijg je er gratis twee minipuntillo’s bij. De hebbedingetjes zijn volgens de drankwinkel een leuke garnering voor in je cocktail. De meningen over stierenvechten lopen in Spanje duidelijk uiteen. In Catalunia zijn de gevechten sinds een paar jaar verboden, in het zuiden is geen dorp compleet zonder een Plaza de Toros. In deze arena’s komen jaarlijks tienduizenden stieren om het leven. Om de sport, de traditie en de afschuw wat beter te begrijpen ben ik zelf een kijkje gaan nemen.

Ruim een uur voor aanvang van de show is het rond de arena van Sevilla al een drukte van belang. Verkopers bieden drank en pelpinda’s aan, zwarthandelaren proberen van hun laatste kaartjes af te komen en in de late avondzon drinken de toeschouwers vast een biertje. Een half uur voor het spektakel begint gaat de arena open. Het eerste dat opvalt is dat in een stadion waar stieren met vlijmscherpe messen worden doodgestoken geen glas naar binnen mag. Te gevaarlijk. De tribune stroomt langzaam vol met publiek. Ik zit tussen twee stelletjes. De meisjes in een luchtig zomerjurkje, de jongens dragen een nette spijkerbroek en een overhemd met de mouwen opgerold. Voor me zit een gezin met drie kinderen. Ze komen laat binnen omdat vader een aantal bekenden op de tribune de hand moest schudden. Zodra ze zitten neemt hij meteen een foto van zichzelf en zijn zoons met op de achtergrond het keurig aangeharkte goudgele zand van de arena.

Precies om tien uur begint de show. Hoog in de tribune begint een blaasorkest te spelen en twee ruiters te paard komen het stadion binnen. Ze lopen een ronde en brengen een officiële groet aan de – overigens lege – Koninklijke loge. Vervolgens komen de toreadors binnen. In totaal zijn ze met veertien man. Allemaal zijn ze uitbundig gekleed in een witte, lichtgroene of blauwe blouse met daarboven een gouden of zilveren jasje waarin de stadionlampen schitterend weerkaatst worden. De strakke broek is in dezelfde kleur als de blouse en de schoenen zijn glimmend gepoetst. Nadat ook zij een Koninklijke groet hebben gebracht trekken ze zich terug achter donkerbruin geverfde houten schotten die een ring rond de arena vormen.

Dan klinkt er trompetgeschal. Een grote deur zwaait open en een middelgrote stier stormt het stadion binnen. Het beest heeft een enorme nek en twee flinke hoorns die vervaarlijk naar voren steken. Hij weegt zeker 300 kilo. Door een kleine opening wurmt één van de toreadors zich langs het houten schot. ‘Hola Toro!’ roept hij en wenkt de stier met zijn geel-paarse doek. Meteen zet het beest een woeste aanval in en vlug glipt de toreador weer achter zijn veilige schot. ‘Tok!’ klinkt het als de hoorn van de stier het hout raakt. Een andere toreador waagt zich iets verder op het aangeharkte zand. Met zijn doek daagt hij de stier uit en die zet opnieuw een aanval in. Hij raakt het doek dat soepel via zij hoorns en nek van zijn rug afglijdt. Met een lenige stap staat de toreador alweer achter de stier. Die draait zich met een ruk om en valt opnieuw het doek aan. ‘Olé!’ roept het publiek iedere keer wanneer de toreador behendig langs de stier glipt en hem slechts het stof laat raken. Ook andere toreadors wagen zich nu op de zandvlakte en één voor één proberen ze de stier zover te krijgen dat hij de aanval op hun doek inzet. Als het beest te dichtbij komt, of als ze hun doek verliezen omdat het achter de scherpe hoorns blijft haken, snellen ze zich vlug weer achter hun schot.

Opnieuw klinkt er trompetgeschal. Drie toreadors met ieder twee puntillo’s komen van achter hun houten schot vandaan. Ze lopen een halve ronde door het stadion terwijl anderen de stier met hun doek bezig houden. Dan begint één van de toreadors met de puntillo’s de stier uit te dagen. ‘Hola toro!’ roept hij terwijl hij hard met zijn voet op de grond stampt. De anderen zijn nu rustig en het beest is volledig gefocust op de man met de puntillo’s. ‘Hola!’ schreeuwt hij nog eens. Dan zet hij een aanval in. De stier reageert direct door woest naar voren te stormen. De toreador sprint echter in een boog en wanneer hij bij de stier is steekt hij in één beweging hard de dolken in de gespierde rug terwijl hij zelf soepel langs de hoorns schiet. Het beest is woedend maar meteen beginnen de andere toreadors hem weer met hun doeken uit te dagen. De stier valt één van de doeken aan en de tweede toreador met de puntillo’s maakt zichzelf klaar. Ook zijn dolken verdwijnen in de stierenrug.

Dan is er plotseling consternatie. Eén van de toreadors is geraakt. Aan de binnenkant van zijn rechterbovenbeen is de broek gescheurd en kleurt een flinke wond snel rood. Meteen draait hij op zijn buik met de stier vlak boven zich. Andere toreadors snellen toe en leiden het beest met hun doeken af. Terwijl de stier wordt beziggehouden tillen zes toreadors hun gewonde collega het stadion uit. Naast me houdt een meisje een geschrokken hand voor haar mond. De show gaat echter gewoon door en niet veel later krijgt de stier de vijfde en zesde dolk in zijn rug gestoken.

Het orkest voert de spanning verder op. Alle toreadors verdwijnen uit de ring. De stier kijkt vertwijfeld om zich heen. Eén van de stierenvechters betreedt de arena. Hij draagt een rood doek bij zich waarachter hij een lang glimmend steekzwaard verbergt. Hij daagt de stier met zijn doek uit. Opnieuw valt het aan maar raakt weer alleen maar lucht en stof. Nog een keer valt hij aan. En nog eens. En nog eens. Telkens glipt de toreador lenig langs het woedende beest. Na vijf, zes, zeven aanvallen lijkt de stier duizelig. Hij valt niet meer aan en de toreador keert het beest de rug toe. Hij laat de stier letterlijk zijn hielen zien. Stoer en arrogant kijkt hij het publiek in. Dat vindt het prachtig en klapt de handen stuk.

Nog eenmaal daagt de toreador de stier uit. Na een aantal aanvallen kijkt het beest weer duizelig om zich heen. De toreador zorgt dat het beest zich focust op zijn rode doek, die hij laag bij de grond houdt. Met zijn andere arm tilt hij het glimmende zwaard op. ‘Ssst!’ klinkt het in het stadion en het wordt muisstil. Dan slaakt de toreador een harde kreet: ‘Al Torro!’ Met een korte ruk laat hij zijn rode doek bewegen waardoor de stier opnieuw aanvalt. Met zijn andere hand steekt hij zijn zwaard tussen de schouders. Het verdwijnt diep in het stierenlichaam en in de linkerzij komt het zwaard weer te voorschijn. Het beest loeit hard van de pijn maar gaat nog niet door de knieën. Andere toreadors leiden het weer af. De man met de rode doek krijgt een tweede zwaard aangereikt. Nog eenmaal herhaalt hij zijn afleidingsmanoeuvre. Het is opnieuw doodstil op de tribunes. Dan steekt hij het zwaard opnieuw het beest in, ditmaal vanuit een iets andere hoek. De stier zwalkt wat en valt dan op de grond. Eén van de toreadors snelt toe en snijdt het beest de nek door. Het is overleden.

Het publiek applaudisseert en staat op om een drankje te gaan kopen. Een span paarden sleept het stierenlijk de arena uit. Twintig minuten heeft het gevecht geduurd. De toreadors drinken een slok water en na minder dan vijf minuten stormt de tweede stier alweer het stadion binnen. In totaal vinden in een krappe twee uur zes stieren op ongeveer dezelfde manier de dood. Stier drie moet meer dan tienmaal met het lange zwaard gestoken worden voordat het bezwijkt, de falende toreador wordt uitgefloten. Behalve de eerste weet geen enkele stier nog een toreador te raken.

Nog voordat de laatste stier de nek is doorgesneden lopen de meeste mensen alweer de tribunes af. Ik loop met ze mee, buiten het stadion stromen de cafés vol. Nog voordat ik de hoek om ben zie ik drie toreadors in hun glitterkostuum op de achterbank van een Seat León kruipen. Show is over, ze gaan naar huis.