Voor het gratis huis-aan-huisblad De Echo schreef ik een artikel over de Dappermarkt.  Het artikel verscheen op 26 oktober in de krant.

OOST – De gemeente heeft besloten dat kooplieden op de Dappermarkt volgend jaar minder marktgeld hoeven te betalen. ‘Dat is erg fijn,’ reageert onderbroekenverkoopster Ineke (62) verheugd. ‘Vanwege de economie hebben mensen minder te besteden en dat merken wij op de markt het eerst. Een lager tarief om hier te mogen staan is dus erg welkom.’

Ook groenteboer Marcel (53) is blij met de lagere marktgelden. Hij heeft echter wel een ander probleem. ´Veel gepensioneerden verpachten hun standplaats illegaal door. Ze krijgen daar wel twee tot drieduizend euro voor. Daardoor is er bijna geen doorstroming. Ik sta zelf al 25 jaar ingeschreven, maar heb nog steeds geen vaste plek.’ Marcel zegt zeker twintig kramen aan te kunnen wijzen die illegaal worden gepacht. ‘De oude eigenaar gaat gewoon naast zijn kraam zitten, zodat het lijkt alsof hij de baas is. Maar in feite is de kraam van iemand anders. Zo kan de marktmeester er niks aan doen.’

Het illegaal verpachten van een marktkraam is ‘zeer onwenselijk,’ aldus een woordvoerster van de gemeente. ‘We doen er alles aan om dat te voorkomen. Zo hebben we een aantal jaren geleden nieuw beleid gemaakt, waarbij we bijna alle voordelen voor koopmannen met een vaste plek hebben opgeheven. Zo betalen ze tegenwoordig evenveel marktgeld als losse koopmannen. Ook hebben we een vernieuwd registratiesysteem, wat zo succesvol is dat andere stadsdelen het gaan overnemen.’ Daarnaast wil de gemeente graag dat gepensioneerde kooplieden ook daadwerkelijk van de markt verdwijnen. ‘Helaas kunnen we dat juridisch niet verplichten. Als iemand na zijn 65ste wil doorwerken, dan mag dat.’

Volgens groenteman Marcel moet de Belastingdienst veel strenger op de extra inkomsten van gepensioneerde marktlieden controleren. ‘Zij kunnen precies in de gaten houden waar dat geld vandaan komt. Dat gebeurt veel te weinig. Ik sta al meer dan twintig jaar op de markt, maar ik heb nog nooit iemand beboet zien worden.’